Adriaan de Zagenzetter

Adriaan was het zorgenkindje van de familie Harte. Hij werd als 6e van 8 kinderen geboren in 1884. Een echte strijder tegen onrecht. Dat kostte hem zijn eerste baantje bij de marine omdat hij protesteerde tegen misbruik. Hij werd verliefd op een meisje dat ‘te min’ werd gevonden door zijn familie. Hij liet haar beeltenis op zijn linkerarm tatoeëren. Maar de relatie stopte en Adriaan ging werken bij Rijkswaterstaat, o.a. aan de brug in Sas van Gent. Hij werkte ook als duiker in Buenos Aires voor grof geld en zette de bloemetjes buiten in Algiers met tal van drinkebroers. Het eerste beste ezeltje dat hij te pakken kreeg sprong hij op de rug en ging een ritje maken. Helemaal tegen de zin van de eigenaar, waardoor Adriaan in de nor belandde. Zijn drinkebroers kochten hem vrij.

Terug in Nederland koos hij voor de rest van zijn leven het beroep van zwerver- zagenzetter. Vanwege zijn drankgebruik werd hij een levende reclame voor alle drankhuizen en brouwers. Maar snel belandde hij weer in het cachot vanwege dronkenschap. Eenmaal vrij bleef hij in de buurt op Belgisch grondgebied tussen Knokke en Stekene. Zijn levensmotto was: ‘Gaan slapen zonder één cent op zak’.  Geld dat hij niet in de kroeg uitgaf, deelde hij uit aan de kinderen. Wat slapen betrof: Adriaan hield het bij hooi en stro in om het even welke stalling.

Na de 2e wereldoorlog vergezelde hem een lotgenoot, Jef De Kiste, de scharenslijper. Samen hadden ze een ezel, die echter snel dezelfde gewoonte als zijn baasjes erop na hield … en dronk bier. Adriaan werd ziek, kreeg kanker en werd halfzijdig verlamd. Toen hij in het ziekenhuis op zijn sterfbed lag begreep een zuster-verpleegster goed waar Adriaan nog behoefte aan had: de zwerver kreeg een paar keer per dag nog een lekkere druppel. Dat deed hem zichtbaar goed, want met een glimlach op zijn gezicht stierf hij op 24 februari 1954. In zijn overlijdensakte van de burgerlijke stand stond als enige aanduiding de eretitel: ZWERVER.